De rijke geschiedenis van TC De Bataaf

De aanzet tot oprichting van de Toerclub werd gegeven tijdens de jaarvergadering van 22 december 1957 van de Wielerclub HSC De Bataaf.
Op aandringen van enkelen - en met name van ons erelid (†)Henk Wesselius - werd aan het bestuur gevraagd om een onderafdeling te starten voor toerrijders. De gedachte was om voor oud-leden, die om een of andere reden niet meer de wedstrijdsport konden beoefenen, maar ook voor dames, jeugdleden en donateurs, fietstochten te organiseren en dezen te laten deelnemen aan tochten van andere clubs.
Aldus geschiedde en op 26 februari 1958 vond de daadwerkelijke oprichting van de Toerclub plaats. Er meldden zich direct 14 mensen aan als lid, terwijl de kersverse Toerclub zich als als 13e Fietstoerclub in Nederland aansloot bij de Samenwerkende Rijwiel Toer Clubs (S.R.T.C.). Besloten werd tot ‘het instellen van het afstandskampioenschap der tourclub, het houden van trainingsritten en onderlinge ritten en deelname aan tochten van de S.R.T.C.’. De hoogte van de contributie bedroeg in 1958 Hfl. 5,--, waarvan de helft bestemd was als donatie aan de Wielerafdeling.

De allereerste rit (61 km.) vond plaats op 30 maart 1958 en er volgden dat jaar nog 19 andere tochten. Dat men de destijds geleverde prestaties niet moet onderschatten blijkt wel hieruit dat in 1958 met drie Toerclubleden de tocht 'Amsterdam-Maastricht-Amsterdam' (525 kilometer) werd volbracht, terwijl in 1961 deze rit zelfs door negen Toerclubleden werd gereden met daarnaast nog twee leden die 'Parijs-Brussel-Parijs' over 600 kilometer fietsten. Bedenk daarbij dat de technische uitrusting van een fiets toen bij lange na niet op het niveau van de huidige (race)fiets) stond.

Langzamerhand begon de Fietstoerclub ook zelf toerritten uit te zetten en te organiseren en in 1962 ontstond als eerste rit de toertocht 'Halfweg-Marken-Halfweg'. In de daaropvolgende jaren ontstonden o.a. 'De Drie Provinciëntoer’ (1964), een toertocht naar Nijverdal (1970), ‘De Ronde van de Haarlemmermeer’ (1972), de ‘Poldertocht’ (1972), de ‘Klavertje Drie Tocht’ (1981), de ‘Molentocht’ (1982) en de ‘Herfsttoer’ (1982).  
Over enkele van deze toertochten valt zelfs een apart verhaal te vertellen . Zo wordt de 'Ronde van de Haarlemmermeer’ traditioneel op Paasmaandag georganiseerd en is waarschijnlijk het meest bekende fietsevenement van de Fietstoerclub. In 1984 deden daar zelfs 473 fietsers aan mee. De (inmiddels niet meer bestaande) toerrit naar Nijverdal over een afstand van 360 kilometer startte om 3.00 u. ‘s morgens vanuit het, toen net in 1969 geopende, clubhuis in Zwanenburg. In 1972 deden aan deze tocht 28 deelnemers mee, in 1973 waren dat er zelfs 46. Hoewel deze rit als officiële toertocht slechts enkele jaren heeft bestaan, is zij tot voor enkele jaren terug toch ieder jaar door een aantal fietsfanaten als eendaagse tocht gereden. Dat vond altijd rond eind juni van ieder jaar plaats en men startte dan om 5.00 u. ’s morgens vanuit het winkelcentrum ‘De Kom’ in Zwanenburg.

Door een zeer actieve Toercommissie zijn er de laatste jaren wederom een groot aantal nieuwe toertochten ontstaan.

Naast toertochten kon men bij de Toerclub ook 'sterritten’ (ritten naar een vast afmeldpunt via een door de deelnemer zelf te bepalen route en afstand) rijden. Het eigen afmeldpunt van de Fietstoerclub was oorspronkelijk ‘Café De Keizerskroon’ in Halfweg (overigens tot 1969 ook startpunt van de toertochten). Na opening van het clubhuis nam deze locatie de plaats van ‘Café De Keizerskroon’ in. Daarna zijn er nog diverse afmeldpunten geweest, waaronder een afmeldpunt in Uitgeest en een afmeldpunt in Zoeterwoude. Natuurlijk werden er ook, al dan niet gezamenlijk, sterritten naar de afmeldpunten van andere Toerclubs gereden.

Een ander fenomeen waren de 'Ronden en Diagonalen’. Dit waren tochten, vaak over grote afstand, waarbij men verplicht was om op bepaalde punten op de route een controlestempel te halen. In tegenstelling tot gewone toertochten, kon men hier zelf het tijdstip bepalen, waarop men wilde starten. Door heel wat leden is van dergelijke tochten gebruik gemaakt.

Dat het toerfietsen in de beginjaren van haar bestaan min of meer aan het wielrennen was gelieerd, blijkt wel hieruit dat men, zowel individueel als met de vereniging, allerlei soorten prijzen kon winnen. Zo kreeg bijvoorbeeld de vereniging met de grootste ploeg deelnemers aan een bepaalde tocht een prijs of werd de eerst binnenkomende ploeg met een prijs beloond. Ook werd er, zowel als vereniging als individueel, gestreden om het landskampioenschap voor wat betreft het in één toerjaar totaal aantal verreden kilometers. Onze vereniging heeft zo vele prijzen in de wacht weten te slepen.

Groeide het ledenaantal van de Toerclub al spoedig in een rap tempo (met als hoogtepunt een ledenaantal van bijna 200 aan het begin van de negentiger jaren van de vorige eeuw), zo was dit ook het geval met het individueel per lid per jaar gereden aantal kilometers. In 1958 was dit aantal nog slechts 3.358 kilometer, maar in 1967 was dat aantal inmiddels al gestegen naar 8.630 kilometer, terwijl één lid in 1972 zelfs 26.295 kilometer bij elkaar wist te fietsen en hiermee het landskampioenschap behaalde. Daarbij moet vermeld worden, dat er in die tijd onderscheid werd gemaakt tussen ‘Recreanten’ (toeristische fietsers) en ‘Randonneurs’ (lange afstandsfietsers). Recordhouder aller tijden is tot op heden echter Cees Hoevelaken, die het jaar 1986 afsloot met een totaal van maar liefst 28.425 kilometer.

Om diverse redenen is de Toerclub in de loop van haar bestaan bij verschillende overkoepelende organisaties aangesloten geweest. Na de de S.R.T.C. volgde de N.R.T.U. (Nederlandse Rijwiel Toer Unie), die in 1977 werd verwisseld voor de  inmiddels niet meer bestaande, Z.H.V.(Zuid-Hollandse Verenigingen), welke organisatie in 1981 weer werd verruild voor de toen net opgerichte Toerafdeling van de K.N.W.U.(Koninklijke Nederlandsche Wielren Unie). Sinds de fusie in 1991 van de Toerafdeling van de K.N.W.U. met de N.R.T.U. tot de N.T.F.U. (Nederlandse ToerFietsUnie), is de Toerclub lid van de laatstgenoemde organisatie.

In 1983 kreeg de Fietstoerclub een eigen clubtenue. Het initiatief daartoe werd genomen door het toenmalig bestuurslid Wim Bekker, die het clubtenue via zijn eigen Tweewielerzaak sponsorde. Uiteraard heeft het tenue in de loop der jaren verschillende malen een ander aanzien gekregen. Ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Fietstoerclub in 2008 werd zelfs een speciaal jubileumshirt ontworpen, dat aan ieder lid als aandenken aan deze mijlpaal als geschenk werd aangeboden.

Dat de Toerclubleden bij het beoefenen van hun fietshobby nooit aan Zwanenburg en omstreken gebonden zijn geweest, blijkt ondermeer hieruit dat sinds 1982 jaarlijks een meerdaags fietsevenement voor de leden wordt georganiseerd. Velen zien hier elk jaar weer naar uit en voor hen is dit dan ook inmiddels een vast uitje geworden. Heel wat mooie streken in Nederland, en soms zelfs daarbuiten, zijn ondertussen tijdens zo’n ‘Clubmeerdaagse’ bezocht.

Voorts is aardig om te vermelden dat enkele leden van de Fietstoerclub in 1985, 1986 en 1987 hebben deelgenomen aan de 'Ronde van Nederland' van de KNWU. In 1987 was het start- en aankomstpunt daarvan zelfs het clubhuis in Zwanenburg. Van de 98 deelnemers in dat jaar waren er maar liefst 14 lid van de Fietstoerclub, waaronder 2 dames. Uniek daarbij is dat deze 2 dames de eerste vrouwelijke deelnemers waren, die ooit aan deze Ronde hadden meegedaan.

Begin negentiger jaren vonden twee ingrijpende veranderingen bij de Fietstoerclub plaats. Het al eerder genoemde ontstaan van de N.T.F.U. was voor het toenmalige bestuur van de Toerclub in 1991 aanleiding om als zelfstandige vereniging (en met eigen statuten) door te gaan, waarbij echter de naam 'De Bataaf'  wel in ere werd gehouden.  Ook de clubkleuren oranje/zwart en het clubhuis van de gelijknamige Wielervereniging bleven in gebruik (door diverse oorzaken werd eind 2013 besloten om per 1 januari 2014 opnieuw met de HSC De Bataaf te gaan fuseren en kwam aan een bestaansperiode van ruim 20 jaar als zelfstandige vereniging weer een einde). De tweede ingrijpende verandering vond een jaar later plaats. Met ingang van het toerseizoen 1992 werd n.l. het ‘computerrijden’ ingevoerd, hetgeen inhield dat men het in een toerseizoen gereden aantal kilometers kon bijhouden aan de hand van de geregistreerde kilometerstand op de eigen fietscomputer in plaats van in het tot die tijd in gebruik zijnde Toerboekje (bij het begin van elk toerseizoen kreeg ieder lid van de fietstoerclub zo’n boekje uitgereikt. Daarin werden alle gereden ritten, zoals toertochten, sterritten, Ronden/Diagonalen, bijgeschreven en afgetekend door de organiserende vereniging). Behalve aan het Toerboekje kwam hiermede vrijwel ook een einde aan het tijdperk van de sterritten en de Ronden/Diagonalen.

Op dit moment telt de vereniging ongeveer 120 leden en wordt er ongeveer elke twee weken een toertocht georganiseerd. Zoals uit het bovenstaande relaas blijkt, bestaat de Fietstoerclub dus inmiddels al meer dan een halve eeuw (en behoort daarmede tot één van de oudste Fietstoerclubs van Nederland) en kan zij terugkijken op een zeer rijke geschiedenis.