Op deze pagina vindt u de historie van de Bataaf. Van de oprichting op 26 maart 1923 tot de moderne tijd.

De geboorte van H.S.C. de Bataaf

In die begin jaren twintig genoot de wielrensport in Halfweg en omgeving een warme belangstelling. Die belangstelling leidde ertoe dat men in dat dorp tussen Amsterdam en Haarlem de wielrensport ook actief begon te bedrijven. Geconfronteerd met coureurs uit de ‘grote stad’ werden er toen al opvallende prestaties geleverd, waardoor de opmerking van die Amsterdammers kwam: “Waarom richten jullie zelf geen wielervereniging op?”

De teerling was geworpen en de H.S.C. de Bataaf werd geboren.

Initiatiefnemers tot het oprichten van deze wielerver­eniging waren destijds:Mevrouw Buis van Willigen, haar echtgenoot Jan Buis Sr., Lou Eggers, Piet Koene en Pieter M. Korf.
Mevrouw Buis van Willigen werd de naamgeefster en mag dus wel de ‘peetmoeder’ van de club worden genoemd. Maar hoe kwam zij op de naam De Bataaf?

In die twintiger jaren vierde de teelt en verwerking van suikerbieten in de polders rondom Halfweg hoogtij. Dit lokte vele Brabantse landarbeiders naar deze kant van het land, om als dagloners hun brood te verdienen. Zoals bekend was men in het zuiden des land erg wielren minded en met hun spierkracht namen die Brabanders ook hun liefde en kennis voor en van de wielersport mee.
De komst van deze Brabanders moet mevrouw Buis van Willigen aan het denken hebben gezet. Die mannen kwamen immers uit het zuiden, evenals de Batavieren eeuwen geleden. Of mevrouw Buis “Eureka” heeft geroepen verhaalt de geschiedenis niet, maar de naam was gevonden: DE BATAAF. Een naam die gekend zou worden in binnen- en buitenland.

Vermeldenswaard is een citaat uit de toespraak van de toenmalige burgemeester van de Haarlemmermeer, Mr. J.F. Jansonius, gehouden tijdens de receptie ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan: “Voor zover ik mij kan herinneren bestonden er bij de Batavieren geen fietsen. Het snelste vervoermiddel was een uitgeholde boomstam waarmee zij de rivieren afzakten. Er zaten goede en verkeerde eigenschappen in die Batavieren. Een slechte eigenschap was bijvoorbeeld het drinken uit de schedels van verslagen vijanden. Ik denk niet dat dit bij De Bataaf zo is. De Batavieren verdobbelden ook hun vrouwen. Maar ze hadden ook goede eigenschappen. Zij waren kerels met moed, strijdlust en trouw.”

Wel, die door hem genoemde strijdlust bleek er al heel gauw te zijn, want in 1927, nog maar net vier jaar oud, behaalde de H.S.C. de Bataaf haar eerste Nederlands Clubkampioenschap op de weg. En daar zou het niet bij blijven.
Nederlands Clubkampioen op de weg in: 1927 – 1930 – 1931 – 1932 – 1960 – 1983 – 1986 – 1988 – 1991
Nederlands Clubkampioen Amateurs: 1967
Nederlands Clubkampioen B-categorie: 1997
Nederlands Clubkampioen Nieuwelingen: 1964 – 1965
Nederlands Clubkampioen op de baan: 1967 – 1973 – 1986 – 2005

In totaal dus ZEVENTIEN kampioenschappen.

Verder nog Clubkampioen van Noord-Holland in 1931 – 1933- 1937.

Prestaties in ploegverband dus. Maar ook individuele resultaten waren er legio, zoals de regenboogtruien voor behaalde Wereldkampioenschappen door: Leen Buis(2x), Ingrid Haringa(5x), Henk Nijdam(2x), Jan de Nijs(1x). En meer dan honderd rood-wit-blauwe tricots werden er door de Bataven aangetrokken. Het laatste wapenfeit dateert uit 2005. Toen won de Bataaf voor de 4e keer het Nederlands clubkampioenschap op de baan met o.a Jens Mouris, Niels Pieters, Richard Kruithof, Roy Pieters, Marcel Jacobs en Patrick van Huuksloot.

Naast al die sportieve successen heeft de H.S.C. de Bataaf in al die jaren ook op bestuurlijk gebied de toon aangegeven. Goede en gedreven bestuursleden, waarvan er één – zonder de anderen tekort te doen – er toch wel met kop en schouders bovenuit stak, wijlen Piet Wilderom, bij leven benoemd tot erevoorzitter. “Ome Piet” was een man die binnen De Bataaf op handen werd gedragen. Een geliefd mens, die het meer dan 43(!) jaar volhield aan de bestuurstafel, waarvan er meer dan 20 jaar als voorzitter. Terecht dat hem destijds de gouden Bataafspeld werd opgespeld. En in 1963, bij Koninklijk Besluit, de eremedaille in Zilver, verbon­den aan de orde van Oranje Nassau.
Een man die in de dertiger jaren op z’n fiets door de polder reed om de contributies te innen (acceptgiro’s bestonden er toen nog niet) en de ontvangen kwartjes, dubbeltjes en stuivers bij de penningmeester inleverde.

In die beginjaren van De Bataaf werd er feitelijk meer op de baan dan op de weg gereden en ook op het ovaal blonken de Bataafrenners uit (hebben dit in feite altijd gedaan, want kijk maar eens naar de nationale kam­pioenen binnen onze gelederen in de afgelopen jaren). Op een gegeven moment werd in ‘het’ begin op een eigen ovaal gereden. In de twintiger jaren bouwde De Bataaf in Zwanenburg een houten wielerbaan. Met dwarsliggende planken, welke nogal wat lawaai veroor­zaakten en de baan zijn naam gaf: “De omgewaaide schutting”. Nog tijdens de tweede wereldoorlog werd de baan voor zijn hout gesloopt.

Na die oorlog kwam het rijden van wedstrijden op de weg sterker opzetten. Door De Bataaf werden criteria georganiseerd in Badhoevedorp, Hoofddorp, Vijfhuizen, Nieuw-Vennep, Rijsenhout, Zwanenburg en ‘last but not least’ Aalsmeer, welke laatste zou uitgroeien tot Prof-indoorgala. En ook in het bestuur van de Stichting Organisatie Profronde Aalsmeer hadden oud­ Bataafcoureurs zitting.
Zo kende men een supportersclub, die per autobus naar de koersen reed waar de Bataafrenners deelnamen, maar ook een 5-mei-comite, dat in 1953 de eerste klas­sieker van De Bataaf organiseerde, welke toen gewonnen werd door wijlen Frans Mahn. Dat jaar nog in de Houtrakpolder, maar een jaar later ging het gemeentebestuur overstag en kon er rondom de Haarlemmermeer gereden worden. Het was de Bataafrenner Wim Snijders die in 1954 als eerste over de eindstreep kwam en dit een jaar later nog eens her­haalde. De Omloop van de Haarlemmermeer, werd de Schipholwielerronde om de Haarlemmermeer en later de Rabobankwielerronde van de Haarlemmermeer tegenwoordig is het de wielerronde van Haarlemmerliede en Spaarnwoude.

Het fenomeen “clubsponsoring” deed in 1980 ook zijn intreden bij de H.S.C. de Bataaf. Het autoschadebedrijf Excellent Cars was de eerste sponsor. Met veel vallen en opstaan werden er kledingpakketten samengesteld. Clubsponsoring is ondertussen niet meer weg te denken uit de wielersport.

Vele jaren zijn verstreken sedert het aantre­den van het eerste bestuur bestaande uit: Piet Koene (voorzitter), Adriaan van Nieuwkoop (2e voorzitter), Pieter M. Korf (secretaris), H.A. Greven (2e secretaris), Jan Buis Sr. (penningmeester), Cor Bakker (2e penning­meester), Willem Ooms en Piet Schagen als commissa­rissen.
Een sterk bestuur met voor elke functie wel een ‘second hand’ en onder hen mannen die tevens de wielersport actief beoefenden. In de loop van haar bestaan is de vorming van zo’n voltallig bestuur wel eens anders geweest, maar hoe moeilijk het soms ook leek, door alle jaren stonden er altijd weer mensen op met een “Bataafhart” die zich op bestuurlijk niveau voor honderd procent inzette voor ‘hun’ Bataaf.

Veel, heel veel renners van naam zijn lid (geweest) van de H.S.C. de Bataaf. Te veel namen om ze stuk voor stuk te gaan noemen, het is vrijwel zeker dat er dan namen vergeten worden. En een vergeten naam doet meer schade dan de eer van de genoemde namen van al die renners die mede De Bataaf op sportief gebied haar luister hebben gebracht. Hopelijk zullen de huidige junioren in de sporen van hun illustere voorgangers treden en komt er een tijd dat ook zij illustere voorgangers zijn.

Vele tientallen medewerk(st)ers had en heeft De Bataaf in al die jaren gekend. Onmisbare mensen die de wie­lersport bij de vereniging mogelijk maakten, zoals: een complete bouwploeg, die in 1970 ons huidige clubhuis bouwde, de kantinemedewerk(st)ers, de wedstrijdcom­missie, de al weer enige jaren bestaande onderhoudsploeg en de organisatoren van de diverse open koersen. Ook de velen die medewerking verlenen door de bezet­ting van vlaggenposten tijdens de Rabobankwielerronde van de Haarlemmermeer of de Tijdrit in de Inlaag- en Binnenpolder. En de medewerkers aan de kassa’s tij­dens de profronde van Aalsmeer. Kortom een klein legertje.

Ook de gezelligheid wordt bij De Bataaf niet vergeten. Zoals daar is een Klaverjasclub, waarin de maanden oktober tot en met april op iedere derde zaterdag klaveren troef is. En laten we vooral de jaarfeesten niet ver­geten, waar vooral in vroegere jaren alle leden van De Bataaf lieten zien dat benen niet alleen geschikt zijn om te fietsen, maar ook om te dansen.

Tot voor enkele jaren kende De Bataaf ook een bloeien­de Toerafdeling. Door bondsregels moest deze afdeling in 1992 als zelfstandige afdeling verder gaan. Als eresaluut aan De Bataaf hebben zij wel dezelfde naam gekozen, de TC de Bataaf, die in 1998 haar 40-jarig bestaan vierde.