wielervaria 10
Alweer de tiende “Uit de mongolenwaaier…” en in die tien artikelen heb ik anderhalf jaar lang de belevenissen van de amateurs tijdens wedstrijden en trainingskampen beschreven. Er is tijdens die anderhalf jaar veel gebeurd, heb ik veel plezier beleeft aan het opschrijven daarvan en een geweldige tijd gehad bij De Bataaf. Ik had van dit tiende artikel graag een gezellig en grappig artikel willen maken, het mocht helaas niet zo zijn.Het gaat de laatste maanden niet zoals ik het graag zou willen, met als historisch dieptepunt de Ronde van Zwanenburg. Dat het op wielergebied niet zo denderend gaat heeft verschillende oorzaken, maar de belangrijkste is dat ik gewoon teveel wil. Het is gewoon niet meer te combineren: een HEAO-studie, wielrennen, een vriendin en een bijbaantje. Ik heb dagen gehad dat ik ’s middags thuis kwam van school en niet meer de moed had om op de fiets te stappen en doodmoe op de bank bleef zitten.
Ik merkte dat ik het ook niet meer zo erg vond als voorheen om een training of een avondje op Sloten te missen. Het ging allemaal zo geleidelijk dat ik haast niet in de gaten had dat ik geen plezier meer aan het fietsen beleefde. Op een zomerse middag terwijl ik aan het trainen was vroeg ik mezelf plotseling af waar ik eigenlijk mee bezig was. Ik moest mezelf het antwoord schuldig blijven en keerde gedesillusioneerd terug naar huis. Op het moment dat ik die bewuste middag omkeerde had ik voor mezelf al besloten om te stoppen met wielrennen.
Vier jaar lang heb je met alles wat je doet rekening gehouden met wielrennen, het is zo onwerkelijk als dat er dan plotseling niet meer is. Het aluminium onding in de schuur heeft dan toch uiteindelijk gewonnen na vier jaar van sportieve strijd. Natuurlijk besluit je niet in één moment om te stoppen met wielrennen, ik twijfelde al maanden. Bij mij heeft plezier beleven aan wielrennen altijd bovenaan gestaan, toen ik merkte dat ik er geen plezier meer aan beleefde was het tijd om te stoppen. Er is leven na het wielrennen en dat leven is zo slecht nog niet. Ik zal vast op een maandagavond nog wel eens met weemoed terugdenken aan de avondjes op Sloten of aan de trainingsweekenden in maart, maar ik zal geen spijt krijgen van mijn beslissing.
Als laatste wil ik graag alle vrijwilligers van De Bataaf bedanken voor al hun goede zorgen. Je moest eens weten hoe blij je bent als renner wanneer je ’s winters verkleumt van de kou de kantine binnenkomt en er een warme kop thee voor je klaarstaat. Theo bedankt, voor de keren dat je….. je weet zelf wel waarvoor. En Paul, zit die gasten maar flink achter hun vodden aan. (dat is goed voor ze) Verder wil ik alle renners veel succes toewensen de komende jaren, ik hoop in positieve zin iets van jullie te horen. Als er een criterium in de buurt is kan je er donder op zeggen dat ik tussen het publiek zal staan, al was het alleen maar om te zien of de amateurs van De Bataaf wel hun best doen…
Nee… wacht even, zo makkelijk komen jullie niet van me af, niet na vier jaar lang afzien. Dat zou wel de makkelijkste oplossing zijn, maar bij mij moet alles altijd op de moeilijke manier. Ik was van plan dit artikel zo in te leveren, totdat ik naar de Ardennen ging. Daar fietsend onder de hete zomerzon op verlaten plattelandsweggetjes vond ik terug wat ik al heel lang kwijt was, puur fietsplezier.
Er staan 2000 kilometers op m’n fietscomputer deze maand, even ter vergelijking, dat is meer dan in de afgelopen vier maanden bij elkaar. Ik slaap weer genoeg, eet weer genoeg en regelmatig en heb rust gevonden. Jullie zijn nog lang niet van me af, ondanks dat ik weinig van me heb laten horen. Dit seizoen is voorbij, maar volgend jaar ben ik gewoon weer neo-amateur. Wat is nou leuker dan op een koude zondagochtend om half zes je warme bed uit te moeten voor 3 uur mountainbiken op de Veluwe. Theo’s ‘vriendelijke’ manier van coaching is ook iets waar je maar moeilijk buiten kunt. Drie nachten niet normaal kunnen slapen door schaafwonden is ook een van de vele onweerstaanbare charmes van het wielrennen. En natuurlijk de vreemde bijwerkingen van Theo’s pilletjes, waardoor je af en toe helemaal knetter op je racefiets zit.
Kortom, meer dan genoeg goede redenen om Theo het leven nog wat langer zuur te maken. Ik kan niets toepasselijkers bedenken om dit artikel mee af te sluiten dan met een citaat uit “Where the wild things are” van Metallica. Het zijn vooral deze woorden die me hebben bewogen om toch door te gaan en het is zo’n beetje mijn levensmotto geworden.
Vincent