wielervaria 20
Het heeft even geduurd, maar hier is dan toch weer een verse en inmiddels alweer 20e editie van “Uit de mongolenwaaier…”. Dit keer zal het thema ‘La Marmotte’ zijn, niet die bruine uit de kluiten gewassen cavia’s maar natúúrlijk de bekende fietstocht door de Franse Alpen. Stond vorig jaar Milaan - San Remo nog op het programma, dit jaar hadden mijn collega’s het idee gekregen om de Marmotte te gaan fietsen. La Primavera met haar 295 kilometer en 1200 hoogtemeters is best zwaar, maar nu gingen we het echt beleven. De Marmotte: een trektocht door de Franse Alpen met een lengte van 174 km, 71 kilometer klimmen en een hoogteverschil van 5.500 meter.Ik heb op de maandag voor vertrek nog even Theo gebeld om te vragen hoe het NK was gegaan en gelijk geprobeerd om een ‘gouden tip’ los te peuteren van die ouwe profrenner, hoe je het beste Alpe d’Huez op kan fietsen. Theo had helaas geen gouden tip, alleen dat een klein verzet wel handig was, want geparkeerd staan is op die berg niet erg plezierig. Bedankt Theo, die 39´27 heeft me maar mooi gered. Hij zei nog:”laat ik niet horen dat je bent gaan lopen”, nou Theo ik ben fietsend boven gekomen hoor (maar vraag niet hoe). Ik kwam aan op woensdag 30 juni en de Marmotte was op zaterdag 3 juli, dus gelukkig was er nog wat tijd over om het parcours en de beklimmingen te verkennen. De huisvesting zat wel goed met 2 blokhutten die boven op Alpe d’Huez stonden met uitzicht over het dal. Na aankomst zijn we nog een keer Alpe d’Huez opgefietst en dat viel op zich best mee. Als je eindelijk boven bent na anderhalf uur stoempen voel je je even Hennie Kuiper, Joop Zoetemelk, Gert-Jan Theunisse of Peter Winnen.
Op donderdag stond een intensieve training gepland en op het menu stond:
~ met de auto tot vlak onder de top van de Croix de Fer rijden
~ laatste stukje klimmen naar de top van de Croix de Fer (2 km)
~ de afdaling van de Croix de Fer, (7,5 km)
~ de beklimming van de Col du Télégraphe (13 km)
~ de afdaling van de Télégraphe (5 km)
~ de beklimming van de Col du Galibier (18 km)
~ en de afdaling van de Galibier (43 km)
Dit trainingstochtje besloeg 125 kilometer, waarmee we gelijk het grootste gedeelte van het parcours hadden verkend. Het tochtje (vooral de Galibier) viel niet mee, op de top van de Galibier had ik volgens mij zelfs even een bijna-dood ervaring. Ik ging helemaal kapot tijdens de klim en kwam meer dood dan levend boven. Ik was dan ook even 5 minuten niet in staat om iets anders te doen dan ademhalen en zelfs dat viel niet mee. Toen heb ik mezelf bij elkaar geraapt en ben toen lekker gaan afdalen, dat was een stuk prettiger. Met deze intensieve tocht waren we om 20:00 uur klaar en rond 22:30 en taaiden we af. Na een potje kaarten en wat lezen, werd het tijd om de vermoeide beentjes wat rust te gunnen en het bed in te rollen. De vrijdag werd door de meesten aangegrepen om eigenlijk alles te doen behalve fietsen. De Marmotte was de volgende dag al en het tochtje van de dag ervoor zat nog aardig in de benen. Het werd dus een rustdag en dat vond ik niet zo erg. Natuurlijk werden de fietsen vertroeteld en in gereedheid gebracht voor de tocht van zaterdag en stond er weer pasta op het menu. Die paar extra koolhydraten konden we nog wel gebruiken.
Zaterdag 3 juli (wedstrijddag)
Het was vroeg dag, want we werden om 07:15 uur in Bourg d’Oisans verwacht voor de start. Bij het ongewoon vroege ontbijt bleek dat er redelijk wat gezonde wedstrijdspanning aanwezig was, want de meesten hadden niet zo best geslapen. Na met moeite wat brood naar binnen gewerkt te hebben, was het tijd om te vertrekken. Om 06:45 uur begonnen we met de koude afdaling van Alpe d’Huez naar Bourg d’Oisans. In het dal wemelde het van de fietsers en het was een beetje chaotisch. Alles ging een beetje met de franse slag, zou ook de rest van de dag nog blijken.
Nog even La Marmotte in feiten en cijfers:
~ Vier te bedwingen Alpentoppen:
| Naam: | Hoogte: | Lengte beklimming: |
| 1e. Col de la Croix de Fer | 2068 meter | 26 kilometer |
| 2e. Col du Télégraphe | 1570 meter | 13 kilometer |
| 3e. Col du Galibier | 2645 meter | 18 kilometer |
| 4e. Alpe d’Huez | 1880 meter | 14 kilometer |
~ ~ Afstand: 174 kilometer
~ Totale hoogteverschil: 5.500 meter
~ Aantal deelnemers: 6.356, waaronder 1572 Nederlanders
~ Aantal gefinishten: 4.436
~ Aantal gewonden: exacte aantal niet bekend, maar minstens 6 (die heb ik zelf zien liggen)
~ Maximaal toegestane finishtijd: 12 uur en 45 minuten (= 8 uur ’s avonds)
~ Aantal uitvallers: 1.920
~ Aantal nationaliteiten: 24
~ Winnende tijd: 6 uur, 3 minuten en 52 seconden
~ Beste Nederlander: (de legendarische) Bert Dekker die op de 3e plaats eindigde
~ Tijd laatste binnenkomer: 13 uur, 21 minuten en 35 seconden
~ Temperatuur: ongeveer 25 °C
Het officiële startschot klonk om 07:15 uur, maar voordat wij weg waren (met startnummers rond 2.500) was het inmiddels 07:45 uur. Dit werd vooral veroorzaakt door het feit dat we ongeveer een halve kilometer op wielerschoenen door het centrum van Bourg d’Oisans moesten lopen, voordat er genoeg ruimte was om te fietsen. Ondanks het wat vroege tijdstip stonden in Bourg d’Oisans best veel mensen langs het parcours om de duizenden renners uit te zwaaien. De eerste kilometers liep de weg licht naar beneden en zocht ik een groepje op met een beetje vaart erin om mezelf warm te fietsen. Maar na 7 kilometer begon de pret al en kwam al het eerste klimmetje op weg naar de Col de la Croix de Fer. Dat klimmetje bleek een grote stuwdam en het begin van de ‘echte’ klim naar de top van de Croix de Fer begon pas na 21 kilometer.
Vanaf dat punt was het 26 kilometers omhoog, waarbij het venijn halverwege de klim zat. Halverwege moest je een stukje afdalen met hellingshoeken van 12% een dal in om daarna meteen steil omhoog te gaan. De stemming was tijdens deze klim nog gezellig en er was dan ook wel tijd voor een praatje met volstrekt onbekenden, want mijn collega’s zaten niet meer in de buurt. Op de top van de Croix de Fer was het een gekkenhuis bij de ravitaillering van de organisatie en blokkeerden auto’s, ambulances en fietsers de doorgang. De afdaling van de Croix de Fer is wel een hele fijne, want in de diverse scherpe bochten van deze afdaling stonden ambulances met zwaailichten en sirenes die gevallen renners aan het afvoeren waren.
Afdalen op een racefiets met hoge snelheden is een vaardigheid die naar mijn idee toch nog steeds een beetje wordt onderschat en eigenlijk wel een kunst genoemd mag worden.
Ik heb dan ook weer een aantal mooie, maar keiharde smakkers tegen het asfalt gezien en asfalt heeft helaas de vervelende eigenschap dat het niet meegeeft. Achteraf bleek dat de meeste verwondingen wel mee vielen, dus zullen ze volgend jaar waarschijnlijk gewoon weer aan de start staan.
Na de Croix de Fer was de Col du Télégraphe de volgende berg op weg naar de finish. Deze klim was te doen, omdat er geen steile stukken inzaten en de klim zelf relatief kort was met ‘slechts’ dertien kilometer. Het zonnetje scheen inmiddels lekker, waardoor de kilometers minder lang leken. Bijna bij de top stonden nog Nederlanders langs de kant van de weg en natuurlijk klonk André Hazes uit de boxen van de autoradio. Het was trouwens opvallend hoeveel Nederlanders langs de route stonden en ze waren makkelijk te herkennen, want ze maakten de meeste herrie.
Boven op de Télégraphe aangekomen (bij de waterpost), was het weer een drukte van jewelste. Overal liepen fietsers over de weg en gleed je bijna uit over de lege waterflessen. Daarna volgde een korte afdaling van zo’n 5 kilometer naar het plaatsje Valloire, waar een eettentje van de organisatie stond om de fietsers van voeding te voorzien. Onderweg zie je echt van alles langs de kant van de weg liggen; wielrenners die in het gras liggen uit te rusten, bidonnetjes, handschoentjes, armstukken, beenstukken, 2 gekken op een tandem, kapotte helmen, petjes, wielrenners met een kapotte fiets, héél veel lege etensverpakkingen, zonnebrillen en natuurlijk Marmotten. (ze bestaan echt…)
Veel tijd om op adem te komen kreeg je na de Télégraphe niet, want vlak na het plaatsje Valloire begon de beklimming van de Col du Galibier. Het eerste helft van de klim lijkt mee te vallen want het loopt niet zo steil omhoog, maar dat valt eigenlijk nog vies tegen. Aan het eind van het ‘makkelijke’ stuk zie je 200 meter boven je mensen tegen de bergwand fietsen en dan realiseer je dat je daar ook heen moet. Op dat moment zinkt even de moed in de fietsschoenen als je dat niet van te voren weet (maar gelukkig wist ik het wel door de training van donderdag). Aan het eind van de makkelijke helft van de beklimming maak je een redelijk scherpe bocht naar rechts en wordt het ook gelijk een stuk steiler.
Daar beginnen de zwaarste 9 kilometers van de Marmotte. Een hoop renners maken tijdens dit stuk van de klim naar de top van de Galibier dan ook rechtsomkeert, gaan langs de kant van de weg zitten om uit te puffen of vallen gewoon om terwijl ze nog op de fiets zitten. Tijdens de klim zijn er te weinig vlakken stukken om even op adem te komen en fiets je de laatste 2 kilometer zelfs door de eeuwige sneeuw. Een handje van die eeuwige sneeuw kwam goed van pas om mijn verhitte hoofd even af te koelen. Op de top was het dan even uitpuffen, wat drinken en dan weer verder gaan. Gelukkig kon na de top 43 kilometer worden afgedaald naar de voet van de Alpe d’Huez dus dat scheelde weer. De afdaling kenden we al wat toch wel een voordeel bleek. De eerste 8 kilometer gingen redelijk steil omlaag en snelheden van boven de 70 km/h werden bereikt, mede dankzij de stevige wind die de renners langs de bergwand naar beneden lanceerde. Sommigen stortten zich met ware doodsverachting de helling af, erg bijzonder (lees: knettergek) gelet op het feit dat er gewoon auto’s en andere tegenliggers de berg op kwamen rijden. Gewoon remmen los en je naar beneden laten vallen, leek bij sommigen het motto. Na die 8 snelle kilometers werd het wat vlakker, maar was rond de 45 km/h fietsen goed te doen.
Als laatste Alpe d’Huez omhoog fietsen, waar boven op de top de finish lag te wachten. Aan de voet en in de bochten van deze klim stonden redelijk wat toeschouwers de fietsers aan te moedigen om vooral maar die laatste 14 kilometer door te fietsen.
Waar tijdens de beklimming van de Croix de Fer en de Télégraphe de meesten nog gezellig zaten te kletsen, was het op de Alpe d’Huez een kwestie van doorbijten. Het was zo stil tijdens de beklimming dat je het afzien van de renners bijna kon horen. De meesten fietsten die laatste klim ook niet meer omhoog. Er werd geharkt, op de pedalen gestaan, gelopen langs de kant van de weg en als het had gemoeten ook gekropen om maar boven te komen. Bij elke van de 21 haarspeldbochten kijk je welk nummer het is om te zien hoe ver je nog moet. Nog 19 bochten… nog 12… nog 8… nog 3… hé daar heb je onze twee blokhutten, maar er is niemand thuis… nog 1 bocht… waar blijft die finish nou?!?… even lachen voor de foto… hèhè eindelijk daar is de finish, nog maar honderd meter… nog een paar trappen en dan ben je er… Gefinisht, dit nooit meer…
Na de finish even uitpuffen en heb ik mijn deelnamecertificaat opgehaald. Ik heb er uiteindelijk 10 uur en 10 minuten over gedaan, maar ik ben al blij dat ik het overleefd heb. We waren daar met 15 man, waarvan er 9 gingen fietsen. Uiteindelijk hebben daarvan 3 man (waaronder ik) binnen de toegestane tijd de finish gehaald, zijn er 3 man buiten de tijd binnengekomen, 2 man afgestapt en eentje is er niet eens meer aan begonnen op zaterdag (waarschijnlijk de meest wijze onder ons).
Op zondag was het tijd om de Franse Alpen vaarwel te zeggen en terug naar Nederland te karren. Nog één keertje Alpe d’Huez afdalen, maar niet op de fiets maar in de auto. Zagen we tijdens eerdere dagen ’s ochtends vroeg al wielrenners tegen Alpe d’Huez aanfietsen, nu waren de wegen compleet uitgestorven. De uittocht van de ruim 6.000 wielrenners was al net zo snel geweest als de invasie eerder die week. De Marmotte is een tocht die iedere wielerfanaat tenminste één keer gereden moet hebben. Of je nu 20, 40 of 65 jaar bent, je er 6 uur of 13 uur over hebt gedaan, als je de finish hebt weten te halen mag je met gepaste trots je Marmotte-shirtje dragen. Wat we volgend jaar gaan doen? Dat zien we dan wel weer, veel zwaarder (en gekker) kan het in ieder geval niet meer worden…
Vincent